Ontwikkeling en begeleiding van ouderen - Cognitieve ontwikkeling

Hersenbloeding of herseninfarct: beroerte

De medische term voor wat in de volksmond ‘beroerte' genoemd wordt is Cerebrovasculair accident. Een CVA kan een hersenbloeding of een herseninfarct zijn.

Een hersenbloeding ontstaat door het openbarsten van een bloedvat in of rond de hersenen, een herseninfarct ontstaat door een verstopping in een bloedvat. De oorzaak van deze verstopping is meestal een losgeraakte klonter uit een bloedvat waarin vetten zich hebben opgestapeld (‘aderverkalking'). In beide gevallen sterft een deel van de hersenen af.

De verschijnselen van een CVA zijn afhankelijk van de plek waar het probleem zit. Vaak wordt een CVA voorafgegaan door waarschuwingstekens: TIA's of mini-beroertes. Als de oorzaak van een TIA tijdig wordt opgespoord kan een beroerte voorkomen worden. Tijdig hulp zoeken is dus van groot belang.

De FAST-test (Face Arm Speech Test) is een snelle test om een beroerte bij iemand te herkennen:

  • Face (gezicht): vraag aan de persoon om te lachen of de tanden te laten zien. Als de mond scheef staat of een mondhoek naar beneden hangt, kan dit duiden op een beroerte.
  • Arm (arm): vraag aan de persoon om met gesloten ogen beide armen op te tillen en voor zich uit te strekken met de binnenzijde van de hand naar boven. Als een arm wegzakt of rondzwalkt, kan dit duiden op een beroerte.
  • Speech (spraak): vraag aan de persoon of aan omstanders of er verandering in het spreken zijn opgetreden. Als de persoon onduidelijk begon te spreken of niet meer uit de woorden kon komen, kan dit duiden op een beroerte.
  • Time (tijd): Hoe eerder een beroerte behandeld wordt, hoe meer kans op herstel.

In eerste instantie wordt de oorzaak van de beroerte behandeld, bijvoorbeeld met bloedverdunners. Vervolgens richt de behandeling zich op reactivering en revalidatie.

De verschijnselen van een CVA worden na een paar weken tot maanden minder, maar de restverschijnselen kunnen zeer ernstig zijn. De meest voorkomende verschijnselen zijn:

  • verlamming van één helft van het lichaam;
  • spasticiteit en spasme van één helft van het lichaam of een been of arm;
  • blindheid aan één kant (hemianopsie). Ook dubbelzien aan één kant (diplopie) komt voor;
  • geheugenstoornissen, concentratiestoornissen, gebrek aan initiatief/interesse;
  • epileptische aanvallen van het gehele lichaam of een gedeelte van het lichaam;
  • vermoeidheid;
  • moeilijkheden met kauwen/slikken/praten door verlamming van spieren in de mond;
  • duizeligheid, verstoord evenwicht;
  • incontinentie;
  • plotseling opzettende zeer hevige hoofdpijn;
  • afasie: bij een CVA in de taaldominante hersenhelft (in 95% van de bevolking is dat de linker hersenhelft) kan afasie optreden (bijv: niet meer kunnen praten of woorden niet kunnen begrijpen). Men kan moeite krijgen met het herkennen van dingen, alsmede met alledaagse handelingen;
  • emotionele veranderingen: Bij een CVA in de niet-taaldominante hersenhelft (bij 95% de rechter hersenhelft) kunnen er emotionele veranderingen optreden: overschatting van het eigen kunnen, impulsief gedrag en een verstoord inzicht in de eigen emoties. Ook ontstaan er vaak moeilijkheden met het inschatten van ruimte en tijd.